Entre Deux Monts, parel van het Heuvelland.

Zaterdag trokken we met de wijnklas richting Ieper voor een bezoekje aan één van de meest toonaangevende wijndomeinen in ons landje. We kregen een rondleiding en degustatie van de wijnmaker zelf.

De bijzonder sympathieke Martin Bacquaert studeerde landbouwingenieur in Gent (aan de “coupure”) maar werd door de wijnpassie gegrepen en trok ondermeer naar Montpellier en Bordeaux om zich te scholen tot wijnbouwer. Zijn eerste stage deed hij in Entre Deux Mers, dit was één van de aanleidingen (naast de twee bergen en de nabijheid van de Franse grens) om later het domein Entre Deux Monts te noemen. 

Martin bij het gebouw met nieuwe logo

Vader Yves Bacquaert plantte in 2005 de eerste 3 ha wijnstokken, vandaag beschikt men over bijna 20 ha, waarvan er 4 gelegen zijn op 15 km afstand van het wijngoed, net buiten de BOB (Beschermde OorsprongsBenaming). Het wijngoed zelf ligt mooi beschut tussen de Zwarte en de Rode Berg in de BOB Heuvelland.
De bodem van de voormalige akker van Martins grootvader bestaat vooral uit ijzerzandsteen, silex en zandleem, toch wat steenachtig dus, wat interessant is voor de drainage.
De kerk van West Outer is trouwens volledig opgetrokken uit ijzerzandsteen. Doet qua verhaal dus wat denken aan de tuffeau in de Loire waar menig kasteel is mee opgebouwd.

Silex
Ijzerzandsteen

Men koos voor vroegrijpende druivensoorten zoals de auxerrois, pinot gris, pinot noir, chardonnay, kerner en sieger. Uiteraard werden die gekozen met ons klimaat in het achterhoofd. Is de opwarming van de aarde dan geen probleem? Martin Bacquaert antwoordt dat de matigende invloed van de zee hier een enorm voordeel is. In de hete dagen van de zomer is het koeler, in de lente heeft men minder last van vriestemperaturen. Ook de hellingen zijn een voordeel, de koude zakt als het ware naar beneden. Tenslotte geeft ook de goedgemaaide bodem extra warmte af. Geen rampzalige verliezen dus bij Entre Deux Monts, zoals in bepaalde streken in Frankrijk regelmatig het geval is. 
Wat wel een verschil is met pakweg Frankrijk, is de hoogte van de stokken. De palen die de wijn geleiden zijn tot 2,20 meter hoog, zoals op de foto te zien is. Zo krijgen de bladeren meer zon, met meer suikerproductie als gevolg. Het vraagt heel wat werk en geduld om de bladen telkens te leiden, maar het resultaat is ernaar.

Er wordt doorgaans geoogst tussen eind augustus en eind september. 2020 was een héel vroeg jaar, men begon de oogst al op 1 september. Men oogst deels handmatig, deels machinaal.
Ondertussen zijn er vijf mensen vast in dienst van het domein, in bepaalde periodes zijn er uiteraard extra helpende handen.
Men werkt sustainable, dit wil zeggen dat men heel erg rekening houdt met de koolstof voetafdruk. 30% van de voetafdruk van een wijndomein zit in de verpakking (flessen en dozen) en daar doet Entre Deux Monts het een stuk beter. Ook heeft men voor extra isolatie gezorgd, men heeft zonnepanelen geplaatst, het snoeimateriaal wordt verhakseld en teruggegeven aan de bodem, er staat overal gras tussen de stokken, wat ook zorgt voor meer CO in de bodem, enz…
Men produceert ondertussen zo n 120duizend flessen per jaar. 

In de kelder werkt men zo zuiver mogelijk. De druiven gaan zonder ontstelen direct naar de pneumatische pers. Men ontsteelt niet om aldus minder bezinksel te hebben en puurder sap te bekomen. De trossen in de pers zorgen ook voor een goed drainage effect (bij ontstelen bekom je meer een soort vaste koek).
Het troebele, geperste druivensap wordt vervolgens uit de pers naar een grote tank gepompt en zal daar eerst een nachtje rusten, waarbij de vaste deeltjes naar de bodem zakken (debourbage). Dan wordt het zuiverdere sap naar een andere cuve gepompt en begint te gisten. Van de droesem wordt Eau de vie gemaakt. 
Er worden bij het zuivere druivensap meestal natuurlijke gisten toegevoegd. Dit zijn gisten van andere wijndomeinen die vermeerderd zijn, ze komen bij Entre Deux Monts van een biodynamisch domein in de Loire. De cuve waarin de gisting plaats vindt is een dubbelwandige tank waarbij de koelvloeistof ervoor zorgt dat het gistende sap (waarbij suikers worden omgezet in alcohol en er warmte vrijkomt) een temperatuur blijft behouden rond de 15 a 20 graden. Het gistingsproces duurt 2 à 3 weken.
Vervolgens wordt de wijn overgepompt naar een ander vat waarin hij zal rusten en stabiliseren.

Voor de schuimwijnen neemt men in december stalen van alle vaten om dan te assembleren en in januari te bottelen en gist toe te voegen. Vervolgens blijven deze wijnen minstens 15 maanden sur lattes. Niet alle wijnen worden op hetzelfde moment gedegorgeerd, dat is praktisch onmogelijk. De mise sur lattes kan aldus oplopen tot zelfs 28 maanden, wat wel voor wat flessenvariatie kan zorgen. Men beschikt over een cuve van 6000 liter reservewijn die elk jaar wordt gebruikt én bijgevuld. De Wiscoutre bevat gemiddeld 15% reservewijn, de Bacquaert Brut tot 30%.

De droge wijnen rijpen soms verder op eikenhouten vaten, deels nieuw. Men gebruikt enkele Amerikaanse vaten, maar ook vaten uit de Maconstreek, van tophuis Domaine Ferret in Fuissé, en van Chateau de Jacques in Moulin a Vent. Men assembleert altijd, zodat té zware houtaccenten worden vermeden.

Tijd voor de degustatie op het schitterende terras.
De Wiscoutre (chardonnay + kerner, 15 maanden sur lattes) was minder droog dan ik me van eerdere flessen herinner. Toch had hij een heel fijne sprankeling met frisse zuurtjes, wat gisttoetsen en agrume (pompelmoes) in de afdronk. Deed me denken aan de betere Prosseco.

De iets krachtigere Bacquaert toonde meer body, had ware Champagne allures.

Er volgde een witte wijn met de naam “Pinot”, een mix van pinot gris, pinot auxerois en chardonnay (een kruising tussen pinot noir en gouais blanc). Een redelijk intens aroma met florale toetsen en agrume, droog in de mond maar met een mooie rondeur, iets exotisch in de afdronk. Perfect bij coquilles….

De Kerner 2018 was een totaal andere wijn, minder fruit maar eerder zoethout en zelfs champignons, een licht oxidatief toetsje ook. Sommigen maakten de vergelijking met een wijn uit de Jura. Jammer genoeg is dit de laatste jaargang voor deze originele wijn, de druiven gaan naar de Wiscoutre vanaf volgend jaar.

Dit geldt ook voor de pinot noir. Nochtans vond ik dit een heel frisse, lichtvoetige wijn, die me erg deed denken aan een Elzas pinot noir.

De Chardonnay 2019 (houtgelagerd) had een rijk aroma van peer en vanille en wat aardse toetsen. In de mond was de wijn light tot medium bodied, zit mooi in zijn zuren. Hier had ik iets meer volume verwacht maar deze wijn is een uiterst geschikte tafelgenoot voor allerlei visgerechten.

We hadden geluk, vanaf 29 mei opende Martin een soort “zomerbar” op het domein. Een aperobox en heerlijk wijntje op de hellende weide met een subliem zicht op Westouter, we kunnen het u alleen maar aanraden.

De zomerbar

Dank aan Martin Bacquaert voor de rondleiding en degustatie, en kudos voor zijn uitmuntende werk op deze prachtige locatie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s