Waltzing Tannine december 2017

WT bij mij- Thema: wijnen met (naast het jaartal) een extra gemeenschappelijke link

clos baquay, leitz, cap leon veyrin, agapé, des tours, clos d un jour, couspaude

Duo 1 WIT

Domaine Agapé Grand Cru 2010, Riesling Rosacker
Weingut Josef Leitz – Riesling Alte Reben 2010, Berg Roseneck Rheingau

Eerste positieve vaststelling: Geen van beide wijnen had de (door mij gevreesde) petrol-toets.
De Elzasser was nochtans zeer herkenbaar riesling, met rijpe appel, mineraliteit, mooie zuurtjes en een bittertje (agrume) in de mond. 90-91
De Rheingau van Leitz werd door niemand herkend als riesling, hij toonde weinig kenmerken van wat wij verwachten van die druif. Peer, tabak, amandel, vanille in de neus, fluwelig en vol in de mond. 88

Duo 2 ROOD

Chateau Lilian Ladouys, St Estephe 2014 (pop ’n pour)
Chateau Lilian Ladouys, St Estephe 2014 (geopend dag voordien + dag zelf 4 uur karaf)

Jonge wijnen hebben karaf nodig, zeggen de meeste handelaars of wijnboeren. Niemand denkt er dan aan om 24 uur te karaferen, meestal  houdt men het bij een paar uur.
Maar wat is nu het effect van deze behandeling? Ik schonk blind dezelfde wijn, de ene onmiddellijk na openen, de andere na 4 uur karaf (en dag ervoor geopend)

Chateau Lilian Ladouys, St Estephe 2014 (pop ’n pour)
Kruidige neus met peper, toast, rood en zwart fruit, kaneel, zoethout, iets groenig. In de mond is de wijn redelijk hard, met nogal stugge tannines en bitterheid. De groep gaf blind 85+

Chateau Lilian Ladouys, St Estephe 2014 (geopend dag voordien en dag zelf 4 uur karaf)
Hierbij riep St Canard direct uit: Hmm, dit is mijn ding.. St Canard staat bekend om zijn… dwangmatige decanteergedrag. De wijn was minder fruitig in de neus, wel blauwe bes, grafiet, zoethout. In de mond komt de wijn zachter over, de tannines zijn wel nog aanwezig maar milder. De groep gaf blind 88++

De gekarafeerde Ladouys kreeg dus (blind!) 3 punten extra van het proefpanel.
Wel moet gezegd dat enkele proevers bij aanvang vonden dat de wijnen erg op elkaar leken. Iemand dacht toen aan dezelfde wijn uit verschillende jaren.

Twee dagen nadien dronk ik nog een restje en was verrast door de kwaliteit en zachtheid van de wijn. Zou hem op dat moment 90 gescoord hebben. Zo zie je maar…

Duo 3

Domaine de la Butte Haut de la Butte Bourgeuil 2007
Chateau La Couspaude St Emilion GCC 2007

Hier was de extra link dus de cabernet franc.

Le Haut de la Butte 2007, was licht en elegant, kwam zeer Bourgondisch over. Fijne wijn, perfect op dronk. 90
Toch moest de Loire wijn het afleggen tegen de Couspaude 2007. Bij deze wijn was het enthousiasme enorm. Het aroma was overweldigend, met donker fruit, noten, toast, boter. De houtlagering was dus nog voelbaar, maar net zoals bij de eerste keer dat ik deze wijn dronk was alles zeer mooi verweven en gewoonweg hedonistisch. Ook in de mond had deze wijn enorm veel smaak en sap, zeer milde tannines, indrukwekkende lengte. Ik hou de laatste jaren minder van zulke ‘commerciële’ wijnen, maar deze klepper kon iedereen aan tafel enorm bekoren. De beste 2007 Bordeaux tot op heden gedronken. En een bewijs dat goede huizen ook in mindere jaren knappe wijnen kunnen maken.
De punten lagen tussen 93 en 95.

Duo 4

Domaine de la Butte Mi-Pente Bourgeuil 2008
Clos Baquay, Cotes de Marmandais 2008

De eerste wijn,  topcuvee van La Butte, presteerde nog een stukje beter dan de vorige.
Licht animaal, brood, zachte kruiden, finesse. In de mond weer dat Bourgondische, maar hier was  meer materie, de wijn was ook nog niet op zijn hoogtepunt. 91+
Wijn twee was voor de proevers dé verrassing van de avond, een wijn uit het Zuidwesten van cultwijnbouwer Elian Da Ros. De Clos Baquay werd geprezen om zijn finesse en evenwicht, iemand noemde hem ‘melodieus’.  Kan wel nog wat jaren mee ook.  Zelfde score, 91+

Duo 5

Chateau Cap Leon Veyrin Listrac 2005
Clos d Un jour, Un Jour, Cahors 2005

Hupla. Experiment geslaagd.
Ik was al een zekere tijd benieuwd naar hoe de 2005 Medocs het vandaag deden. Maar uit schrik om alweer een kindermoord te begaan opende ik de wijn de dag ervoor. Ik rook en proefde, en ja… de typische puntige 2005-geur en het gesloten mondgevoel waren weer present.
In zoverre zelfs dat ik de dag van de proeverij deze Cap Léon Veyrin 2005 nog een uur of twee extra karaf gaf. Niet zeker of dit echt genietbaar zou kunnen worden.

En óf de wijn  genietbaar werd..! De commentaren waren unaniem. Schitterende wijn!! Complex, lang, evenwichtig, perfecte tannines. Alles wat je verwacht van een Medoc uit een topjaar. In dit geval een over-achievende wijn uit de minst sexy appelatie Listrac. 92

Bordeaux 2005? Komt goed, just give it time, baby..

De opponent ging er echter nog over.  ‘Un jour‘ is gemaakt van de druiven van de beste percelen van het domein  Clos d un Jour te Cahors. En net als bij de vorige grote proeverij (Gaussen) was een Cahors zowat de WOTN (toen was het Haut Serre). Een wijn die alles had, geen notities want teveel genoten. 94+

Duo 6

Domaine des Tours, IGP 2010
Chateau des Tours CDR 2010

Ook hier was ik zeer benieuwd naar het resultaat. Meer en meer twijfel ik aan het nut om 5 euro extra te betalen voor de Cotes du Rhone van dit alom bekende huis.
En nu…ben ik er nog niet helemaal uit.

De VDP (ja, wij noemen die nog zo) werd Bourgondisch genoemd, was meer geëvolueerd, perfect op dronk, wat tertiair zelfs.
De Cotes du Rhone was meer… Rhone-achtig (CH9), ging er boven qua materie, kruidiger, iemand noemde hem wel ‘fletser (wellicht in vergelijking met de fraicheur van de VDP), heel zacht ook. Toch dacht men ook hier in eerste instantie aan een pinot noir. Aha, we kregen misschien een Villages versus een Premier Cru? Of, zoals iemand zelfs opperde, een premier en een Grand cru?

Enfin, t is weer aangetoond, eindigen met Des Tours is altijd bingo. En altijd, echt altijd (tenzij men Des Tours al goed kent), denkt men aan pinot noir.

De biertjes breiden een perfect slot aan een mooie avond.

t Is niet altijd makkelijk om de tijd en energie te vinden maar ik ben toch blij dat deze degustatie is vereeuwigd.
En ik maak van de gelegenheid gebruik om u, waarde lezer, een heel prettig einde- en nieuw jaar te wensen!

Advertenties

Retour en Bourgogne (Ce qui nous lie)

Vorige week gaan bekijken in de Sphinx: de film “Ce que nous lie” van Cedric Klapisch.
Om een of andere reden wordt deze film aangekondigd als “Retour en Bourgogne”, nochtans is de oorspronkelijke titel even toepasselijk en gewoon veel mooier.

Het verhaal gaat over een zoon van een wijnbouwersfamilie die na 5 jaar (afzondering) terugkeert uit Australië omdat de vader op sterven ligt.
Gezien er drie kinderen zijn en de erfenis moet verdeeld worden stelt zich een fiscaal probleem: er moet 500.000 euro belastingen worden betaald.
Hoe gaan de kinderen dit bedrag ophoesten?
Alle stock verkopen plus de percelen alligoté? Dan komen ze nog maar aan 300.000 euro. Een van de drie stukken premier cru dan maar..?
Of verkopen ze gewoon het hele familiepatrimonium en zijn ze allen plots miljonair?
Een situatie die voor vele families in Bourgogne alvast heel herkenbaar is.

Als wijnliefhebber krijgt dit familieverhaaltje natuurlijk een extra cachet. Al bij het begin geven de beelden van de Cortonheuvel je een gevoel van herkenning. En de scenes van de pluk, vinificatie, het oogstfeest zijn heerlijk om te bekijken.
Ik hou ook wel van de weemoed die veelal schemert over zulke Franse prenten.

Toch bleef ik wat op mijn honger zitten. Het verhaaltje is flinterdun (verpatsen de broers en zus het levenswerk van de vele generaties vóor hen..?) en de karakters van de hoofdpersonages zijn te oppervlakkig om te spreken van een premier cru.
Maar bij de huidige Bourgogneprijzen zijn we het al gewend om tevreden te zijn met een lekkere village wijn.
Niet supercomplex maar uiteindelijk meer dan genietbaar.

Open boek, Open fles: Aflevering 3

Hartelijk dank aan Jordaens voor deze gastbijdrage.

Het boek:

Jeroen Olyslaegers: Wil

Tja, dat lukt dus niet, hé, een reden verzinnen waarom je wijn x bij boek y drinkt… Trouwens, wie heeft de mogelijkheid om een volledig boek op de tijd van één fles uit te lezen. Bij mij althans gaat het lezen van één boek gepaard met koffie, Bru, abdijbier, een restant wijn na de maaltijd, een flesje Evian naast het bed…

Maar goed, Wil dus. Van Jeroen Olyslaegers. In grote mate begeleid door een Pinot Grigio uit de Alto Adige, gewoon omdat die voorhanden was, het warm was en ik in een tuinstoel zat. Volgens het thema van het boek had ik me misschien beter een kratje Bock Pils aangeschaft…

“Wil” wordt aangekondigd als Olyslaegers’ meesterstuk, zijn “Verdriet van België” (een boek dat ik drie keer gelezen heb, om daarna met zekerheid te kunnen zeggen dat ik het niet erg goed vind), zijn “Kapellekensbaan” (wat ik veel te hoog gegrepen vind). Hij wordt in de markt gezet als een nieuwe Louis Paul Boon. Maar dat heeft wellicht te maken met het feit dat hij jaren in het Louis Paul Boon-documentatiecentrum heeft gewerkt. Jongens, ik heb na afloop enkele pagina’s van Mijn Kleine Oorlog herlezen en, nee, de gelijkenis met Boon houdt op met de paar keer dat iemand “Kust mijn kloten” zegt.

Is het dan een slecht boek? Zeer zeker niet. Het leest vlot weg, al werd ik de hoofdfiguren na een tijdje echt wel beu. Ze zijn dan ook veel te oppervlakkig, bordkartonnerig, komen niet tot leven en dienen enkel om de voortgang van het verhaal te stofferen. O.K. de hoofdfiguur is nu eenmaal een man zonder eigenschappen (en ja, ooit werd over zo iemand een wereldroman geschreven), een “tweezak” in de ogen van zijn omgeving, een speelbal der evenementen. Maar zo’n hol personage blijft niet boeien. Ook niet als zijn puberale relatie met zijn toekomstige vrouw uit de doeken wordt gedaan. Sinds we in de humaniora bij Hubert Lampo de diverse onderdelen van het vrouwelijk geslacht hebben leren benoemen, hebben we daar ook niet echt meer behoefte aan.

Wil is een Antwerps boek. Maar ook daar bleef ik op mijn honger zitten. De stad wordt op geen enkel moment een personage in het verhaal. Voor iemand die iets verder dan Lier woont, heeft de Van Diepenbekestraat, al geen betekenis meer. Voor iemand van Gavere kan een joodse diamantair evengoed op de Vlaamse Kaai winkel houden, als in de Vestingstraat… Tenzij je natuurlijk de gps voor wandelaars overstijgt en het wezen van die wijken, het karakter van die straten uit de doeken doet. Hier kom je alleen te weten dat het glad is in de Pelikaanstraat (of de Lange Kievitstraat, ik ben het vergeten) als het gesneeuwd heeft…

Enfin, het is niet de bedoeling om een grondige analyse te maken of zelfs maar min of meer volledig te zijn. Je zou het nog kunnen hebben over de vorm, die na een tijd nogal kunstmatig overkomt. Een overgrootva steekt een monoloog af tegen een achterkleinzoon en ik zat na een tijdje toch echt te wachten op de eerste reactie van die laatste, zodat een heuse dialoog kon ontstaan tussen verleden en heden. Om te weten waarom dat niet gebeurt, moet je het boek maar lezen. Tot het einde! Een andere vormeigenschap is het switchen tussen het verleden (W.O. II), o.m. 1993 en het heden. Dat doet natuurlijk vaag aan de Kapellekensbaan denken. Maar Boon monteerde op meesterlijke wijze drie verschillende verhaallijnen door elkaar, waarbij deze meestal redelijk subtiel elkaar becommentarieerden. Bij Wil blijf ik nogal eens met de vraag zitten: wat heb ik aan de wetenschap dat die ouwe venten in de Boerinnekes zitten te kaarten?

Olyslaegers heeft een vlotte schrijfstijl, doet een poging om iets maatschappelijk relevants te vertellen, en daarmee dingt hij al meteen mee voor de bergprijs in het geaccidenteerde Vlaamse schrijverslandschap. Maar, zoals dat wel meer gebeurt, de mediahype rond “Wil” is compleet buiten proportie.

Open boek, Open fles: Aflevering 2

Het boek:

Koen Strubbe: Kruis en munt

Na de zware dobber van Cormac McCarthy had ik zin in wat lichtere kost. Een thriller of zo, vooral iets dat makkelijker leest dan de opeenvolging van beschrijvingen en metaforen in Blood Meridian.
Ik vond hiervoor het perfecte boek.

Enige tijd geleden kreeg ik een pakje toegestuurd van uitgeverij Manteau. Het was een “ongecorrigeerd vooruitexemplaar” van het eerste boek van Koen Strobbe, Kruis en Munt.

Koen Strobbe werkte eertijds voor Woestijnvis en werd in 2000 directeur van het tijdschrift Bonanza.
Dit blad was slechts een kortstondig leven beschoren, en  Koen zocht een andere uitdaging in het Zuiden van Frankrijk.
Bij Uzés, tussen de Pont du Gard en de Cevennes, realiseert hij ondertussen de droom van vele wijnliefhebbers: hij verbouwt er zelf zijn wijn.

Wat ik niét wist toen ik het boek in handen kreeg, was dat ik al één van zijn wijnen had gedronken. Meer zelfs, ik had deze wijn al lyrisch besproken op het forum. Marc Roovers (van de blog Vrienden van de riesling) bracht in de wijnles een fles mee ter gelegenheid van de BYOB en scoorde er bijzonder hoge punten mee. De Domaine Perdix-Lasouche “XII Nuits” 2009 charmeerde elke proever en deed me zelfs denken aan een wijn van … Reynaud. Zowel Marc als ik bespraken de wijn op het forum (zie hier).

Een andere passie van Koen Strobbe is dus literatuur, maar hij houdt het niet bij lezen alleen. In 2015 stuurde hij een kortverhaal in voor de Aspe Award en won meteen de hoofdprijs. Dit motiveerde hem om meteen een volledig boek te schrijven.
En ook hier slaagt Koen Strobbe erin om een boeiend product af te leveren.
Kruis en munt is een thriller die zich afspeelt in de Rhône streek, met in de hoofdrol de eigenaar van een zeer gerenommeerd domein in Chateauneuf. Hij helpt een jonge vrouw die op zoek is naar haar spoorloos verdwenen vriend. Veel meer ga ik niet over het verhaal vertellen, dit zou alleen maar het leesplezier bederven.
Hier en daar is er wel een verwijzing naar wijn maar het boek is niet specifiek  voor de wijnliefhebber geschreven. Het is geschreven voor iedereen die zin heeft in een knappe, boeiende thriller die je enkele dagen in spanning houdt (want langer zal je er niet over doen, gezien je telkens wil weten hoe het verder gaat).
De vlotte schrijfstijl breng je als het ware in een vakantiestemming, maar het boek bevat ook een aantal dubbele bodems en hier en daar een heerlijke cynisch-humoristische touch (hoofdstuk 21, schitterend).
In deze blogpost bespreek ik jammer genoeg geen wijn van Domaine perdrix-Lasouche, maar een vergelijking dringt zicht toch enigszins op: naar mijn herinnering vertoonde het product dat Koen niet van woorden maar van druiven fabriceerde dezelfde mooie spanning als het boek (dankzij de frisse zuurtjes) en dronk hij minstens even vlot dan het boek las. Enige verschil is misschien dat de wijn toch iets complexer in elkaar zat en dat ik eerder de wijn nog eens opnieuw wil drinken dan het boek te herlezen. Maar dat zal u niet verwonderen. smile

IMG_0555.JPG

De wijn:

Domaine Lous Grezes: Yu Wei Wun 2008

Gezien van Koen Strubbe geen wijn voor handen was zocht ik in mijn kelder een andere geschikte wijn om bij dit boek te drinken. Plots vond ik de ideale stand-in! Ik hád namelijk al enkele flessen liggen van een Vlaamse wijnbouwer uit de streek. Meer zelfs, van een wijndomein dat op een steenworp ligt van Perdrix Lasouche.
Sedert 2002 maakt Luc Lybaert heel bijzondere wijnen in Domessargues, bij de Cevennen. Hij werkt “natuurlijk” en brengt verschillende cuvées op de markt.
De fles die ik opende draagt de naam Yu Wei Wun. Dit is de naam van de ex-vrouw van Kamagurka, die in 2008 met de fiets verongelukte. Lybaert werkte al een tijdje samen met Kama, die enkele etiketten voor zijn wijn ontwierp.

ART-000305.jpg

Deze wijn wordt gemaakt van grenache, syrah en…merlot.
Beetje Bourgognerood kleur, iets intenser wel. De neus is redelijk krachtig maar elegant, met bij aanvang vooral wat bosgeur, bloemetjes, ceder, ‘putje’, cacao.  Het fruit is eerder zwart, met cassis en blauwe bes, later komen echter wat rode bessen piepen. Een heerlijk, zuiver aroma.
In de mond komt het rode fruit nu terug, de wijn is heel soepel, met veel sap, mooie zuurtjes, verrassend licht en fris voor zo’ n Zuiders product. De wijn drinkt (hier komt ie!) ongelooflijk vlot maar vertoont meer dan genoeg spanning om het boeiend te houden.
Op de tweede dag is de wijn nog niks van zijn kwaliteiten verloren, enkel in de afdronk smaak je nu de typische creozoottoetsen die vele natuurlijke wijnen vertonen.
Deze wijn was een mooie compagnon van het boek maar is vooral een heel mooi eerbetoon aan de betreurde Yu Wei Wun.

 

Open boek, Open fles: Aflevering 1

Een nieuwe rubriek op deze blog. We combineren twee geneugten des levens.

Een boek lezen leert je mens zijn. We kunnen in onze korte tijd op dit ondermaanse zoveel verschillende richtingen inslaan maar jammer genoeg kunnen we er telkens slechts één kiezen die ons hele verdere leven bepaalt. Door een boek te lezen kan je je andere levens inbeelden. Het maakt je ook duidelijk hoe anderen denken, reageren, handelen en het leert je dat we allen niet veel verschillen en veelal dezelfde fouten maken.
Een goede wijn is er om die fouten te vergeten. Maar er is meer. Wijn drinken leert je genieten van wat mens en aarde samen vermogen. Wijn schept een band met mensen die je anders nooit had gekend. Wijn drinken  verzacht de zeden, verhult de verschillen en creëert een magische samenhorigheid.
Wijn drinken leert je mens zijn.

boek en wijn 1.JPG

Het boek

Cormac McCarthy:  Meridiaan van bloed

Cormac McCarhy kreeg in 2007 de Pulitzerprijs voor zijn boek “The Road”. Van dit boek werd een film gemaakt met in de hoofdrol Vigor Mortensen.
Meridiaan van Bloed verscheen tien jaar eerder, in 1997, en werd door H. Bloom van NYT ‘de grootste prestatie van welke levende Amerikaanse ook’  genoemd.
Reden genoeg om dit boek ter hand te nemen. Met in de andere hand een glas goede wijn.

Het verhaal speelt in het Wilde Westen van midden 19de eeuw. Niet The Wild West van films met John Wayne of van Lucky Luke, neen, het is een rauwe weergave van de tocht van een groep outcasts die doorheen de prairie trekken op zoek naar zoveel mogelijk scalpen. Het verhaal op zich stelt eigenlijk niet veel voor, gedetailleerde weergaven  van slachtpartijen worden afgewisseld met lange beschrijvingen van de tocht en de omgeving waar de posse doortrekt. Dit gebeurt in een meesterlijk taalgebruik.

Het is een boek dat inspanning vraagt, het leest veel minder vlot dan ik had verwacht. De sfeer is ook enorm donker, McCarthy laat weinig hoop aangaande de menselijke natuur. En de beschrijvingen van landschappen, van paarden, van schaduwen van paarden, van bergketens, van silhouetten van bergketens, hoe schitterend ze ook zijn beschreven, ze komen op den duur wel je strot uit.
Een voorbeeld van deze literaire masturbatie:

“buiten lag de binnenplaats in de stromende regen die in vlagen omlaagranselde, en het licht van het vuur dat uit de deuropening viel wierp een bleke baan op die ondiepe zee waarlangs de paarden stonden als toeschouwers bij een gebeurtenis op straat. Zo nu en dan, als er iemand opstond en naar buiten liep, viel zijn schaduw tussen de dieren, die hun druipende hoofden hieven en bogen en soppend hun hoeven schraapten om dan weer roerloos te wachten in de regen.”
” in het Westen stonden de wolkenbanken boven de bergen als de donkere schering van het firmament en de sterrenwolken van de Melkweg hingen de ruiters als een reusachtige aura boven het hoofd
.”

Mooi geschreven hoor, maar uiteindelijk volkomen inhoudsloos.

Gelukkig zijn er ook een aantal sublieme passages die het lastige doorlezen dan weer de moeite waard maken, zoals bvb deze:

De paarden traden traag de vreemde grond en onder hen draaide de ronde aarde en beschreef in stilte zijn cirkels in het grotere niets dat hen omvatte. In de neutrale strengheid van dat terrein verwierven alle verschijnselen een vreemde gelijkheid en niets, geen spin, geen steen, geen sprietje gras, kon voorrang laten gelden boven iets anders. Juist de duidelijkheid der dingen logenstrafte hun bekendheid, want het oog construeert het geheel uit een kenmerk of een onderdeel en hier was geen ding lichter of donkerder dan een ander, en in de optische democratie van dergelijke landschappen wordt elke voorkeur willekeurig, en blijken mens en steen op onvermoede wijze aan elkaar verwant.”

Alleen al deze passage maakte voor mij het lezen van dit boek de moeite waard.

Wij stellen niet meer voor dan een steen in de woestijn.

 
De wijn:

Isabelle & Pierre Clement Menetou Salon rouge Tradition 2012

Menetou Salon is een buurgemeente van het bekendere Sancerre. Men maakt er gelijkaardige wijnen die veelal dezelfde kwaliteit halen maar qua prijs een stuk interessanter zijn. Deze wijn kocht ik op het domein voor een euro of 10.

Helder kardinaalrood met waterachtige rand en verrassend dikke maar snel aflopende tranen. Bij aanvang vertoont de wijn een bijna storende vegetale toets. Oei, dit wordt moeilijk, een typisch groene pinot uit het noorden. Maar algauw toonde deze Menetou een vriendelijker gelaat. De vegetaliteit zet zich om in een frisse kruidigheid met munt, calisse, kruidnagel en kersen. Een aardse toets vervolledigt het pallet.
Het mondgevoel is light to medium bodied (om nog eens Parker van stal te halen) met een verrassend droge backbone. De afdronk is relatief kort met een licht bittertje.
Een goede wijn en een mooi alternatief voor de basis pinot noir van vele dure Bourgognedomeinen.

De lichtvoetigheid van deze wijn maakte de zwaarte van de roman enigszins draaglijk.

 

Bourgogne oogstjaar 2008

2008 was in Bourgogne geen makkelijk jaar. Een jaar waarin aan dezelfde wijnstok soms perfecte bessen naast totaal onrijpe druiven hingen.
Vele wijnen vertonen dan ook onrijpe of vegetale toetsen, de tannines en zuren wringen soms.
Toch vinden wij dit een interessant Bourgognejaar. Goede wijnbouwers maakten heel klassieke, frisse en spannende wijnen.

We deden de test gisterenavond.

2008.JPG

 

Wijn 1

Olivier Guyot Marsannay La Montagne 2008

De kleur is verrassend geconcentreerd voor een pinot noir. Het aroma is complex, met al enige evolutie maar zeker niet tertiar. Fijn rood fruit, mineraal, aards, potloodpunt, peper.
In de mond heeft de wijn een redelijk strenge ruggengaat maar er is genoeg rijp fruit en algemeen komt de wijn toch behoorlijk zacht en met een zekere finesse over.
Naar de finale toe vind ik de jaargang echter merkbaar, beetje stug, wat groenig in de afdronk – mijn wijnkompanen konden trouwens blind de jaargang ontdekken.
88

Wijn 2

Denis Bachelet, Cotes de Nuits Villages 2008

Bleek Bourgognekleur, waterachtige rand. In de neus is dit verrassend tertiair. Een geur van dode bladeren die ik associeer met wijnen over hun hoogtepunt. Raar voor een wijn van een wijnbouwer die pure bewaarwijnen maakt. Er is ook een kruidige toets, nieuw leder, iemand ontwaarde een potje olijven.
In de mond smaken we belegen rood fruit in een bij aanvang voldoende sappig en zacht maar fel door zuren gelardeerd geheel. Naar het einde toe trekt de wijn bij de ene slok echt droog, bij een andere slok valt dit mee en is er gewoon sprake van enige 2008-stugheid.
Toch redelijk ontgoocheld gezien de reputatie van dit domein.
87

Wijn 3

Georges Chicotot, Nuits ST Georges, Les Plantes aux Baron 2008

Tja, hier botsten we op een harde waarheid. Waar beide vorige wijnen echt verschijnselen vertoonden van het onrijpere oogstjaar kon deze wijn ons in al zijn facetten bekoren. De harde waarheid is dat in Bourgogne wijnen van dit kaliber onder de 30 euro zelfs op domein amper nog te vinden zijn.
De wijn heeft een totaal ander aroma dan vorige twee, met eerst opvallend animale toetsen en vervolgens heerlijke geuren van drop, rood én zwart fruit, munt, karamel en tabak. In de mond is deze wijn puur en harmonieus, fluwelig, met behoorlijk veel materie die zeer mooi is verdeeld.  De wijn smelt op de tong en eindigt in een zachte afdronk van zoetig rood fruit.
91

Besluit: De onrijpheid van 2008 is zelfs bij goede wijnbouwers merkbaar, maar de wijnen laten zich na 9 jaren toch redelijk vlot drinken. Best zijn ze te drinken bij de maaltijd, dan zullen zuren en tannines verzachten.
Bij de topwijnbouwers en betere percelen (derde wijn) merk je amper iets van het strenge oogstjaar. De ligging, know how, selectie van de druiven,…zorgen wellicht ook bij andere toppers voor heerlijk uitgebalanceerde wijnen met goede bewaarkracht.

Heevie Teusted

 Heevie Teusted zaterdag in Wachtebeke.

Crémant de Loire – Domaine Saint Just 1948 Yves Lambert 2012 brut nature – 100 % chenin de Loire
Heel fijne cremant, echt het niveau van een goede Champagne.

Valais (Wallis) – Charles Bonvin 2015 – 100 % Humagne Blanche – (Saveurs Suisses)
Zeer rijk aroma, exotisch fruit vooral. Ondanks de acrobatische aromatiek valt deze wijn wat tegen, een gebrek aan zuren maakt hem nogal vlak en zwaar. Scoorde eerst 82, wat later kwam ie iets beter voor de dag, 85.

La Côte – Cave Cidis 2015 – 100 % Doral – (Saveurs Suisses)
Ook deze wijn vertoont hetzelfde uitgesproken aroma maar een lijntje mineraliteit maakt hem een stuk frisser. Full bodied maar wél met een mooie zuurstructuur die voor een goede balans zorgt. De helft goedkoper maar een stuk beter dan vorige wijn. 89

Ticino – Guido Brivio Bianco Rovere 2014 – 100 % Merlot – (Saveurs Suisses)
Een WITTE merlot, jawel. Eerst hawaienne (exotisch), dan Bresilienne (nootjes) in de neus..
Heel boeiend in de mond, rijp fruit (peer) en een fijne gerookte toets. Lange afdronk waarin de (goed gemodereerde) houtlagering opvalt. Knappe wijn! 91

Piëmonte Roero – Cornarea 2015 – 100 % Arneis – (Cavatappi)
Dronken we bij de asperges, ik word nooit wild van arneis, ook nu niet. Deed wat denken aan een muscadet met chenin-allures. NR

Châteauneuf du Pape – Domaine des Sénéchaux 2012 – 28 % roussanne 28 % gren. Blanc 35 % clairette 9 % bourboulenc – (Colruyt)
Lactisch, caramel, honing, rijp fruit.. Deed me denken aan een Pouilly Fuissé uit een rijp jaar. Te makkelijke wijn. 86-87

Châteauneuf du Pape – Dom. Bois de Boursan 2007 – 35 % clairette 35 % gren. Blanc 15 % roussanne 15 % bourboulenc – (Vine Devos)
Licht geoxideerd, wat petrol, nog wel wat fruit maar toch…. It s better to drink up than to fade away.. 😉 87

Corton – Domaine Ravaut “Les Hautes Mourottes” 2000 – 100 % pinot noir
Specerijen, mandarijn, wat stal, cacao, rijp. Zeer zacht in de mond, evenwichtig maar niet zeer lang, droog in de afdronk. Voor een GC toch wat beperkt, eerder een goede village. 90

Tulbagh – Rijk’s Estate Syrah 2010 – 100 % syrah (De Wijnzolder)
Fijne neus met minerale accenten, beetje eucalyptus, soepel en in balans met mooie zuurtjes. Rijk’ s bevestigt alweer, koop deze wijnen zou ‘k zo zeggen maar ik kan dit niet doen want de verkoper (was niet de schenker) zat rond de tafel. Dus, koop deze wijnen NIET! Big Grin 90

VdP de Vaucluse – Dom. De Fondrèche Nature 2014 – 30 % grenache 30 % syrah 30 % mourvèdre 10 % cinsault – Vine Devos
Missingske van Erik, hier moest oorspronkelijk de volgende wijn staan (die hij bij ontdekking van een aandachtige proever Sleepy snel uit de kelder haalde).
Gelukkig want we herkenden hier allesbehalve de veronderstelde 100% syrah in.
Nooit een wijn geweten die zo naar frangipane rook. Anders wel lekker hoor.

Côtes du Ventoux – Dom. De Fondrèche Divergente 2015 – 100 % syrah – (Vine Devos)
Dit was dan wél de bedoelde challenger, is de topcuvee van het domein, rijp en rijk met zwart fruit en kruiden, fris en lang in de mond met wat droogtrekkende tannines. 90

Valais (Wallis) – Jean-René Germanier Cayas 2013 – 100 % syrah – (Saveurs Suisses)
In de neus rook deze wijn meer naar peper dan de “peper van de molen” van Jeroen Meus. Bijna kunstmatig, leek het. Daarna ook kruidnagel. Brede vulling, peper komt terug, bittertje en ook hier wat droogtrekking. 90

Valais (Wallis) – Henri Villaton 2015 – 100 % syrah – (Saveurs Suisses)
Hier is de peper opvallender in de mond dan in de neus, sappige wijn. Geen punten genoteerd maar wel dit waardeoordeel: “Mooi hoor”

– Vin de France – Jaboulet Evidence par Caroline 2010 – 50 % cabernet sauvignon 50 % syrah – De Coninck
Fijnkorrelig aroma met cassis, heel fris. Ook in de mond hadden we een Zuiderse koelheid. Thierry opperde Mas Daumas, wat heel goed had gekund (cabernet). Al snel kwamen we uit bij Trevallon. De blend klopte. 😉

Vervolgens een klassieke vraag: Zoek linker-en rechteroever.
En al even klassiek: Twijfel troef!

Saint-Julien – Château Saint-Pierre 2009 – 81 % cabernet sauvignon 19 % merlot – (Magnus in primeur)
Ceder, zwarte bes, potloodpunt, fluwelig en in balans, niet superlang. We dachten aan een Pomerol, zeer verrast bij ontbloting vh etiket. 91

Pomerol – Château Gazin 2009 – 90 % merlot 7 % cabernet sauvignon 3 % cabernet franc – (Magnus in Primeur)
Hier zagen we dus de linkeroever in. Zeer complexe, meerlagige neus met rood en zwart fruit, leder, tabak, kruiden. Meer materie in de mond, ook wel meer opvallende tannines. De vorige wijn was zeer goed, deze is groots. 93+

Patagonië – Bodega del Fil del Mundo special blend 2010 – 40 % cabernet sauvignon 40 % malbec 20 % merlot – (De Clerck)
Beetje rare rode afsluiter, mooie wijn maar na vorige kleppers toch wat gewoontjes.

Barsac – Château Doisy Daëne 2009 – 86 % sémillon 14 % sauvignon blanc – (Magnus in primeur)
Schitterende Sauternes die me weer verzoent met deze wijnen. Zeer drinkbaar, nergens te zwaar of te zoet. Betaalbare klasse. 92

Een uitzonderlijk lekkere en leuke avond, waar Thierry weer een paar memorabele moppen ten berde bracht (memorabel maar ik slaag er nooit in ze te onthouden- ik herinner me een pastoor, een vergadering van Caritas Catolica, een konijn met mixomatose en een fourchette met een condoom rond… Rolleyes )
Hoe dan ook, de lachsalvo s rolden over de Wachtebeekse weiden…

De relativiteit van blind proeven

Schrik nooit wanneer een proever op een degustatie iets waarneemt wat jij niet ruikt of smaakt.
Ons brein moet namelijk een impressie samenstellen van enorm veel verschillende receptoren.
Als we geur- en smaakwaarneming vergelijken met het onderscheiden van kleuren dan zien we dat dit een veel complexer proces is.

Voor het interpreteren van een kleur hebben we drie verschillende lichtgevoelige cellen (receptoren) die samenwerken om een kleur te bepalen. Zonder vergelijkingsmateriaal kunnen we aldus slechts 12 tot 14 kleuren herkennen. Als we ze naast elkaar zin kunnen we er een 150-tal van elkaar onderscheiden. Theoretisch zouden er echter een miljoen mogelijkheden zijn.

Voor wat betreft de reuk- en smaakwaarneming zijn er geen 3 maar 400 receptoren..Als we die laten overlappen zoals bij de kleurwaarneming dan komen we aan 1000 biljoen mogelijkheden!

[Afbeelding: DSC02777.JPG]

Zoals de meesten wel weten is wat we smaken vooral een impressie van wat we ruiken (retrolfactie) en zijn er veel minder mogelijke rechtstreekse gewaarwordingen (zoet, zout, zuur, bitter, umami, maar toch ook nog enkele andere, zie afbeelding)

smaak gewaarwordingen.JPG

Toch is er zelfs in de smaakgewaarwording al een immens verschil mogelijk tussen verschillende personen, meer zelfs, dit is gedeeltelijk genetisch bepaald en kan zeer verschillen naargelang de bevolkingsgroepen.
Zo is het suikergehalte in Coca Cola enorm verschillend naargelang de afzetmarkt.

[Afbeelding: DSC02772.JPG]

Het is logisch dat het verschil in perceptie qua effectieve aroma s (ook in de mond via retrolfactie) dus nog vele keren groter zal zijn, mede omdat onze cortex alle gegevens nog eens moet omzetten in begrippen en onze taalvermogen dit moet omzetten in een zo duidelijk mogelijke weergave van de impressie.
Zeer herkenbaar toch, u ruikt iets maar kan het niet definieren, tot iemand asperges zegt… just! Asperges!

Maar: wanneer u niét begrijpt hoe iemand nu in hemelsnaam marihuana kan ruiken in een bepaalde wijn, weet dan dat de samenwerking van uw receptoren anders verloopt dan bij uw medeproever.
Of dat u enkel een drankprobleem heeft, en geen drugsprobleem. Smile

(Met dank aan Oliv van LpdV)

Toppers vs uitdagers 2001

Op Pinksteren dit jaar gingen we na in hoeverre absolute topwijnen van Bordeaux hun status waar maken tegenover veel goedkopere uitdagers. Deze degustatie (wijnen van 1998, zie eerder op deze blog), was zo succesvol dat we een nieuwe, gelijkaardige degustatie verzonnen.

Het principe was hetzelfde, echter ging het dit keer om oogstjaar 2001. Deze jaargang kwam net na een opgeblazen en volgens sommigen overroepen 2000 en verdween daardoor wat in de schaduw. Toch lezen we zowat overal dat de 2001-wijnen zeer goed tot uitmuntend voor de dag komen, en zelf hadden we ook al die ervaring. Het enige waarvoor we vreesden was dat sommige wijnen zelfs na 15 jaar nog niet volledig versmolten zouden zijn, een echte topper van Bordeaux uit een goed jaar heeft namelijk 20 jaar nodig om volledig tot wasdom te komen. 

Eerste vaststelling: Qua drinkbaarheid viel alles heel goed mee. Je voélde wel dat sommige wijnen nog wat geknoopt zaten, dat hier en daar eens nog wat hout diende te versmelten of dat er wel nog een heel klein hoekje diende afgerond te worden. Maar zowat alle wijnen gaven bijzonder veel drinkplezier.

We begonnen echter de degustatie met een ware prijskamp. De genodigden kregen een witte wijn in het glas en konden bij het vinden van de juiste cépage een flesje VdP van Guy Farge winnen. Witte wijn? Waar sommigen het zochten bij sauvignon of viognier durfden anderen zelfs gewagen van syrah of cabernet. Vooraleer u zou denken dat er een aantal wijnnitwits rond de tafel zaten, de druif was wel degelijk rood, namelijk pinot noir. Jawel, een blanc de noir, en daarom dus een behoorlijke instinker. Marc en Stijn hadden echter de licht rode verkleuring opgemerkt, een bewijs dat de kleur wel degelijk iets kan zeggen over de de wijn. Persoonlijk vond ik de blanc de noir van Weingut Weegmüller heel mooi en fris, anderen zochten echter wat meer zuren en spanning. Die spanning zou echter volgen bij het drinken van de tweede opwarmer, want de fles zou alweer gaan naar de ontdekker van de druif. We dronken een schitterende, zilte Bellet-rosé van Domaine de la Source 2011, gemaakt van de plaatselijke druif braquet. Uiteindelijk ging Bert met de prijsfles lopen. Puur op ervaring.

En dan was het tijd voor het echte werk. Zes duo’ s blind proeven en scoren om aldus uit te zoeken of het prijsverschil (altijd een fles minstens dubbel zo duur dan de andere) enigszins te verantwoorden was.                          

Alle flessen werden de avond ervoor geopend en onmiddellijk weer afgesloten (egenlijk de werkwijze die de maker van Rayas aanraadt bij het drinken van zijn wijnen). De dag zelf werden ze een half uur voor inschenken gekarafeerd.

image.jpeg

Uiteraard dronken we alle wijnen blind. Voor mezelf gold wel dat ik op elk moment wist welk duo er werd geschonken, de volgorde van de wijnen was me echter ook onbekend.

We begonnen met een “ijkwijn”. Bedoeling was om deze wijn te scoren op 100 volgens het systeem dat wordt gehanteerd op het Wijnforum. We probeerden tot een concensus te komen om onze verdere scores op te baseren.

Chateau Camensac 2001: Het aroma was complex maar licht groenig. Boomschors, munt, zoethout. In de mond eerder fris dan vol, behoorlijk lang maar ook hier was voor sommigen de groenigheid (te) pertinent. Een mooie wijn met toch wat tekortkomingen. Een typisch menselijke wijn dus. We kwamen een score van 87-88 overeen.

Aldus konden we blijgemoed en vol verwachting de vergelijkende test aanvatten. Bij de duo s plaats ik onmiddellijk de gemiddelde scores (acht proevers) van beide wijnen.

Duo 1: Chateau Poujeaux 2001 (90) –  Chateau Pontet Canet 2001 (91/92)

Een redelijk nipte overwinning voor Pontet Canet.. De kleur van de Poujeaux was veel verder geëvolueerd, in de mond was hij ook eenvoudiger, heel zacht en rijp. De Pontet had meer spanning en lengte, heel precies ook. Toch zou later op de dag blijken dat Pontet in 2001 nog niet op het niveau stond van de allergrootste wijnen van de streek, een eigenschap die men deze wijn vandaag wel toedicht).

Duo 2: Chateau Gloria 2001 (89) – Chateau Leoville Barton (94)

Was het bij vorig duo nog een heel klein beetje spannend (vooral door de hoge drinkbaarheidsfactor van de Poujeaux) hier was geen enkele discussie mogelijk. Alleen al bij het ruiken aan wat later de Barton bleek te zijn kon niemand zijn enthousiasme temperen. Ook bij het proeven kon je op de gezichten de pijltjes van het genotscentrum in het rood zien vliegen. Wat een wijn, die Leoville. Lengte, evenwicht, afdronk, check check check. Jammer genoeg moet men tegenwoordig het checkboekje wel degelijk uithalen om zulke wijnen nog aan te schaffen. De uitdager, Gloria, had het moeilijk, mede omdat – vooral in de neus- er een klein deefootje aan zat. Toch slaagden de ware proevers dit euvel te negeren! En ja, het woord defootje is vanaf heden algemeen erkend wijnliefhebbersjargon.

Duo 3: Chateau Troplong Mondot 2001 (95) – Chateau La Tour Carnet 2001(89)

Eerste vaststelling: De proevers waren in topvorm. Waar bij het eerste duo na een tijdje de naam Pontet Canet was gevallen zat Fre er hier al na de eerste snuif klop op. “Dit is de Troplong Mondot” zei hij. Zei hij? Riep hij uit eigenlijk, en tegelijkertijd blonken zijn ogen en stonden de haartjes op zijn armen recht. Dit aroma greep je aan je kraag en bij de keel en verhinderde om je neus uit het glas te halen. De combinatie van rijpheid, finesse en elegantie maakten duidelijk dat dit een wijn was van uitzonderlijke klasse. In de mond maakte deze Troplong zijn belofte waar. Jeugdige grootsheid die we enkel konden vergelijken met Enzo Scifo in de wedstrijd tegen Joegoslavië op het EK in Frankrijk van 1984. Dit voor de rijpere proevers onder ons natuurlijk. We zouden er bijna de La Tour Carnet bij vergeten. Ochot ochere, wat een ondankbare taak om na deze wijn te moeten verschijnen. Beetje zoals Danny Fabry die moet optreden na Bruce Springsteen. Enfin, zo erg was het niet maar toch vonden we deze verdienstelijke Magrez-telg wat simpel, banaal bijna, hij was nochtans mooi uitgedost in zijn cederkleedje.

image.jpeg

Duo 4: Domaine De Chevalier, Pessac 2001 (93) – Chateau de Camensac (89)

Peper, zoethout, een vegetale toets…op de neus zou je in deze Chevalier bijna Camensac vermoed hebben. De mond maakte echter het verschil, en geen klein beetje. Zeer complex en knapperig, frisse wijn, lange afdronk. De Camensac, die dus ten tweeden male op tafel verscheen, werd niet herkend. Integendeel, de kans dat dit het duo was met Camensac werd van bij t begin uitgesloten omdat geen van beide wijnen aan de ijkwijn deed denken. Men dacht dus aan Lagrange en La Tour Haut Caussan. Opnieuw een bewijs dat een wijnhuis nooit op één fles mag beoordeeld worden en dat flessen uit eenzelfde lot wel degelijk behoorlijk kunnen verschillen. De groenheid werd niét opgemerkt, de wijn was zachter en evenwichtiger, met rijp fruit en grafiet. Totaal andere fles dus. tenzij… ons pallet na 7 Bordeauxwijnen gewoon al wat aangepast was aan het soms licht plantaardig karakter van de cabernet sauvignon…

Duo 5: Chateau Montrose (94) – Chateau Phélan Segur (92)

Een van de proevers begon eerst te snuffelen aan de tweede wijn en was onmiddellijk overtuigd: dit is de Montrose! De anderen volgden zijn voorbeeld en deelden snel zijn oordeel. Tot men zijn neus aan de eerste wijn zette…. Laat ons zeggen dat de Phelan Segur de taart was, en Montrose de taart mét kers en kaarsjes. Vuurwerk eigenlijk. Alweer een topwijn die de verwachtingen gewoon 100% inlost. Ik leg er de nadruk op, alle wijnen werden blind geproefd, en bij alle duo s was er quasi consensus over welke wijn de betere was. Goed en slecht nieuw natuurlijk. Anderzijds, de Phelan Segur overtrof hier zeker zijn herkomst en getuigde van onvermoede klasse.

Duo 6: Chateau La Tour Haut Caussan (90) – Chateau Lagrange (92)

Ook hier geen discussie over wat de beste wijn was, maar prijs kwaliteit blijft de Haut Caussan bevestigen. Een Cru Bourgeois die heel wat tijd nodig heeft maar na een 15tal jaren lageren makkelijk meedoet met meer gerenommeerde wijnen. De Lagrange toonde zich zoals we hem kennen: betrouwbaar. Nobel. Constante kwaliteit. Een vaste waarde. Een beetje zoals uw blogger van dienst eigenlijk. (lachband start).

We eindigden deze weldoende wijnwedstrijd met een lekkere kaasschotel waarbij we een Loupiac dronken die iedereen tussen de 5 en de 10 jaar oud schatte. Hij was van 1990. De biertjes die erna kwamen begeleidden verder de geanimeerde discussie over Bordeaux, de globalisering, de speculatie, de glamour, maar ook…het onovertroffen genot dat deze wijnen na ouderen kunnen verschaffen.

image.jpeg

Verdere commentaren en conclusies aangaande deze degustatie kan u lezen op ons wijnforum (hier)

Philippe Alliet, Chinon

Een wijnreis naar de Loire, we krijgen er niet genoeg van.
Voor de derde keer op anderhalf jaar tijd zocht ik weg en wijn in de streek van de Breton, Chenin en Rabelais.
Incontournable is een bezoek in Cravant les Coteaux aan een van de voorgangers van de aop Chinon.

Philippe Alliet scheurt ons voorbij in een of ander landbouwvoertuig zonder op te kijken. Wie niet beter weet zou denken dat dit een hoogmoedige of onbeschofte wijnboer is. Niks is minder waar. De minzame maar bescheiden vakman ontvangt ons voor het tweede jaar op rij enorm gul en joviaal. Na de verwelkoming worden we snel meegetroond naar zijn proeftonnetje in de chais.

We startten de degustatie met zijn chenin blanc uit 2015. Philippe heeft 1 ha staan van 10 jaar jonge planten en maakt daar een bijzonder knappe wijn van. De wijn rijpt in eiken vaten van 500 l (deels nieuw), heeft een heel aangenaam aroma van peer en mineralen en een medium bodied, mooi gebalanceerd mondgevoel. De 2500 flessen zijn echter al allen uitverkocht…
De rode wijnen vingen we aan we met de Tradition. Deze wijn wordt gemaakt van de (vlakke) percelen die nog werden aangeplant door grootvader Alliet (Les Graviers). Alle Coteaux-wijnen werden door Luc geplant en zijn dus een stuk jonger.
De basiswijn van Alliet is dus gemaakt van 40à 50 jaar oude stokken..! De 2015 was dan ook verbluffend lekker voor een “instapwijn”.

alliet 2.jpg

Ondertussen leerden we dat de 17 ha wijnstokken in 2015 werden geplukt in 5 dagen. Hieraan werkten 60 mensen mee, allen vrienden en kennissen uit de streek.
Men heeft hier trouwens 2 weken vóor de oogst redelijk wat regen gehad, wat maakt dat 15 niet per sé hét perfecte jaar is waar de pers nochtans van spreekt.

Nochtans zijn de 15s van Alliet zéér veelbelovend…
De Vieilles Vignes komt net uit het vat en heeft wat reductie in de neus. In de mond is de wijn lang, vol, rijp, krachtig maar elegant. 18 maanden lagering op… betonnen cuves. Geen aroma s van paprika door de lage rendementen. De cabernet franc verdraagt geen opbrengsten hoger dan 40 hl/ha, anders heb je kans op die gevreesde poivron-toets. We leerden trouwens dat kleine rendementen zowel de suíkers als de zuren concentreren.

L Huisserie 2015, bodem van silex, 15 jaar oude stokken. Lagering op houten vaten gedurende 18 maanden (10% nieuw). Daarna stabiliseert de wijn nog 6 maanden op betonnen cuves. Ook deze wijn is zeer ge(s)laagd.
Coteaux de Noiré 2015, 25% nieuwe vaten maar Philippe wil terug naar 20% gaan, zoekt allesbehalve veel invloed van het hout. De wijn is schitterend, ik noteerde enkel 92++.

Vervolgens kregen we twee wijnen van 2014 in het glas, een zéér veelbelovende jaargang.
L Huisserie 2014 bvb is prachtig, quellle finesse..! Het woord Figeac viel.
En dan de Noiré van hetzelfde jaar, een subtiele, florale neus, subliem fijne hout, fenomenale afdronk. Ik gaf een score van 94.
Jammer genoeg worden de wijnen pas gebotteld in september.

De 2013 Gros Noiré, wel te koop, had minder body en “mache”, maar veel karakter en mooie zuurtjes. Geoogst op 6 oktober, een ridicuul laag rendement van 27 hl/ha.

Philippe Alliet had er zin in en trakteerde ons op nog drie oudere jaargangen. Wijnen die ons toonden hoe nuttig het kan zijn om deze flessen gedurende meerdere jaren te verstoppen in de kelder.
L Huisserie 2007 was zijdezacht, fijn, Bourgognesk, prachtig.
Gros Noiré van hetzelfde jaar was nóg mooier, puur en gebalanceerd fluweel op de tong. 95!
De 2006 Gros Noiré had een ander karakter, meer Bordeaux dan Bourgogne, zeer evenwichtig en hedonistisch. 93

alliet 3.jpg

Philippe Alliet is een schitterend wijnbouwer en zalige mens.
De 4 wino’ s  die met me mee waren en dit huis voor het eerst bezochten waren werkelijk verbluft van de kwaliteit van de wijnen. Voor hen was het een openbaring dat cabernet franc in de Loire zulke prachtige resultaten kan geven. Voor de wijnbouwers die volgden kwam dit bezoek eigenlijk wat te vroeg. Wie kan dit niveau overtreffen? In Chinon alvast niemand.