Noordelijke Rhone Masterclass

We mogen het zo niet noemen want we haten het woord, maar Erik gaf ons een ware Masterclass Noordelijke Rhone.

WIT

Saint Joseph,Yves Cuilleron “ Lyseras” 2016

Donkere kleur, vol en vettig doch ook fris, heel zacht, balans 91

Crozes-Hermitage Jaboulet “Mule Blanche” 2017

Veel bleker van kleur, stenig, strakker. Ietwat alcohol bij opwarmen 90

Condrieu Domaine Rémi Niero “Chéry” 2016

Minerale neus, heerlijk fris fruit, bittertje, lang. 92

Saint Péray Dom. Du Tunnel “Pur blanc” 2017 (marsanne)

Hout, citruszeste, mineraal, elegantie. 93

Hermitage Domaine Bernard Faurie blanc 2016

Romig, hars, appelsien, mineraal, lang, mooie moelleux. 91-92

Hermitage Domaine Albert Belle, 2000

Caramel, gerookt, boenwas, harmonieus, gebrande nootjes in de afdronk. 88-89

ROOD

Saint Joseph,Domaine Coursodon “Silice” 2016

Peper, cassis, compact, vol, lekker. 89

Cornas Jaboulet “Domaine de St Pierre” 2006

Humus, amandel, nootmuskaat, animaal, zeer complex, peper, versmolten, fraicheur. Schitterende wijn, verbazend jong.

Saint Joseph Domaine Bernard Gripa 2010

Steak au poivre, echt vlezig. Knappe wijn! 91

Saint Joseph Domaine Bernard Faurie “Vieilles Vignes” 2012

Fijner, eleganter en puurder dan vorige. Bourgognesk zelfs 93

Hermitage Domaine Bernard Faurie “Bessards-Méal” 2009

Patjoulie, specerijen, bosfruit, lang, fris, fenomenaal. 95

VdP Collines Rhodaniennes Dom. Garon “Les Grandes Parcelles” 2017

Bij de gehaktschotel. Heel sappig en hedonistisch. 89

Monreale:Fuedo Disisa Roano syrah 2014

Verf, koffie, leder, vlezig, mooi. 90

Côte Rotie Chapoutier “La Mordorée 2007

Aards, leder, putje, peper, vleesjus, ultieme fraicheur en lengte in de mond, geweldige wijn. 95

Hermitage Chapoutier “Monnier Sizéranne” 1990

Gestoofde paprika, gebrande toetsen, animaal, heel lichte droogtrekking. We dachten aan een 2006!! 93

Het fenomenale uitzicht kregen we er gratis bij.

Hoeft het nog gezegd dat wij gelukkige mensen waren?

Beaujolais wit en rood.

Zoals elders vermeld, in Beaujolais worden er veel stokken gamay gerooid om te worden vervangen door chardonnay. Momenteel verkoopt dit in sommige delen van de streek beter dan de gamay.

Bij Nicolas Chemarin kreeg ik een fles mee van zijn witte, natuurlijk gemaakte wijn (geen toegevoegde zwavel). Hij had me de fles in de handen gestopt toen hij geen 4 euro kon terug geven wanneer ik mijn rode wijnen wou betalen en ik zei dat hij ze mocht houden. Echt een reactie van een gepassioneerde, niet van een commercant.

Toen eergisterenavond PvdW me wat kwam bij staan in mijn gevecht tegen de afgunst en hypocrisie in onze samenleving vond ik het, gezien de naam van de wijn, hét ideale moment om deze fles te openen.

Volledig natuurlijk gemaakt, zonder ook maar 1 gram toegevoegde zwavel.

In de neus hadden we een chenin gevoel, wat hars, rijpe appel. Appelsáp eigenlijk. Hmm, beetje typisch natuurlijke wijnen toch.

De mond is zeer zuiver maar mist volume en afdronk. Lekker, maar gezien het etiket en de wijnbouwer toch vooral ontgoochelend. Geef me maar zijn rode wijnen.

Vandaag dan had ik, na het uitproberen van enkele generieke Beaujolais die ik uit beleefdheid kocht in Pommiers, zin in een góede wijn ipv in een degelijk restaurantproduct. Ik opende de Moulin a Vent Les Brusselions 2014 van Louis Boillot.

,

Direct na openen even ruiken en… verrast door zijn tertiaire toetsen.

2014 in de streek is een zeer goed jaar, dus ik had een relatief jonge wijn verwacht.

Maar perceptie is alles, en na even zonder vooroordeel te ruiken en proeven begon deze wijn me echt te bekoren. Een Bourgondische neus, met het typische putje, champignons en een heel mooie, kruidige mineraliteit.

In de mond heel zacht en soepel, mooie lengte, niet supercomplex maar echt wel heel harmonieus en zalig drinkplezier. Máar, zoals gezegd, verrassend op dronk, wachten lijkt me niet nodig, integendeel.

However, niks doet me hier aan Beaujolais denken. De aop Moulin á Vent lijkt me eerder geschikt om op te nemen in de categorie Bourgogne Villages.

Beaujolais, enkele conclusies

Om het reisverslag van mijn derde bezoek aan deze prachtige streek af te sluiten ben ik zo vrij kort enkele slotbedenkingen te noteren:

Ondanks het feit dat bij de oudere generatie wijndrinkers de Beaujolais nog steeds diezelfde oubollige reputatie heeft van fruitige drinkwijnen, blijft deze streek éen van dre meest boeiende, renoverende en betaalbare kwaliteitsvolle streken. In wit maakt men steeds mooiere wijnen, maar het blijven toch vooral de rode wijnen die echt hoge toppen scheren.

Eigenlijk kan men spreken van drie types rode wijnen:

1/ De klassieke fruitige Beaujolais, gemaakt met de maceration (semi-) carbonique, waar in de prijsklasse 5-8 euro zeer degelijke producten worden gemaakt. (vb Domaine la Rocaillere) In deze categorie zitten echter ook de wijnen die de regio een slechte naam geven, waarvan vele worden gemaakt met uniformiserende technieken zoals thermovinificatie, toegevoegde gisten enz.. (Duboeuf en co)

2/De ambitieuze wijnen die een traditionele vinificatie krijgen en veelal een substantiële houtlagering. Deze wijnen durven qua stijl wel eens naar een Bourgogne gaan, doch even goed zijn het gestructureerde gamays die bijtijds een toefje Noordelijke Rhone karakter vertonen. (Capreoles, Thulon). Sommige van deze domeinen werken nog traditioneel qua behandeling (lutte raisonnee) andere werken ook al volledig bio of zelfs biodynamisch.

3/De navolgelingen van de “Bende zonder zwavel”, meestal semi Maceration Carbonique, waar de nieuwe generatie minder fanatiek sans souffre is en mits minieme toegevingen en toevoegingen er steeds beter in slaagt schitterende wijnen te maken die een volledig eigen karakter hebben maar de blinde proever ook wel eens richting voornoemde streken zou durven doen gissen. Ook hier veelal houtlagering, quasi nooit nieuwe foeders. (Chamonard, Chemarin). Het dient gezegd dat een aantal wijnbouwers van deze lichting wel degelijk ook cuvees sans souffre op de markt brengen. 

However, mét of zonder zwavel, met of zonder maceration carbonique, met of zonder houtlagering… Je les aime tous! 

Heart
Beaujolais…

Pierres Dorees

Het Zuidelijke deel van de Beaujolais is een stuk minder bekend bij wijnliefhebbers. Voornaamste reden hiervoor is dat in dit gebied enkel “gewone” Beaujolais wordt gemaakt, geen “Villages” of “Crus”. Nochtans is dit toeristisch een zeer interessant stukje patrimonium. In de omgeving van Villefranche is er een lappendeken van bijzonder pittoreske Middeleeuwse dorpjes met huizen en gebouwen die allen zijn opgetrokken uit de typische goudkleurige kalksteen die enkel daar wordt (en mag worden) gebruikt.
Les Pierres Dorées. Het effect hiervan is zeer oogstrelend. We reden door enkele van die dorpjes en genoten van de huizen en de speciale lichtinval, maar ook van de wonderbaarlijke vergezichten. Vooral het dorpje Oingt is het bezoeken waard.

En wat met de wijn, of is dit hier plots een toeristische brochure misschien? 

taz

Wel, naast enkele grote namen (denk maar aan Jean Paul Brun van Les Terres Dorees) zijn er honderden kleine wijnbouwers die -soms met de moed der wanhoop- zeer eerlijke wijnen vervaardigen en verkopen aan prijzen tussen de 4 en 8 euro. Meer en meer stokken gamay worden “arrachés” om chardonnay aan te planten.

We brachten een beleefdheidsbezoekje aan de schoonzoon van de hospita van onze B&B, Vincent Lafontaine van Domaine de la Rocaillere in Pommiers. Hij bezit en bewerkt zomaar eventjes 21 ha wijngaarden en maakt crémant, wit en rood. De gewone witte was fruitig en fris, de duurdere cuvee (7,5 ipv 6,5 euro!!) was houtgelagerd en deed zowaar denken aan een wijn uit het Noordelijke deel van La Grande Bourgogne.
Verder was er nog een verrassend krachtige Vielles Vignes (met syrah trekjes)en de cuvee Coup de foudre, houtgelagerd en een stuk rijker.
We kochten een crémant, twee witte en vier rode wijnen en betaalden 46 euro voor deze zeven flessen. Zowat de prijs van een flesje Premier Cru in de Cote d Or. Daar is het goud blijkbaar veel waardevoller dan in de prachtige heuvels van de Pierres Dorées.

Nicolas Chemarin

Laatste bezoek was er een aan een specialleke, ook behoorlijk rock n roll maar dan wel het betere werk. Nicolas Chemarin woont met zijn vrouw en twee schattige meisjes net voorbij Marchampt. Alles oogt nog wat slordig, maar ze zijn volop bezig de gebouwen te verfraaien en binnenkort is het zelfs de bedoeling een Gite te openen.

Nicolas (en jongen met een nonchalance en levensvreugde die me enorm aan Kempie deed denken) werkt behoorlijk “vin nature” maar is geen fanatiekeling en voegt veelal bij de botteling enkele grammen sulfiet toe aan de wijn. Voor de rest geen behandelingen, wel is er bij de cuvees uit het hogere gamma een lagering op houten vaten.

Eerst kreeg ik een rosé in het glas, verrassend donker van kleur (48 uur maceratie) maar ondanks het fruitige karakter wel degelijk poerdroog. Lekker, maar een Bandol adept kan je daar niet mee overtuigen.

De eerste rode draagt de naam die hij als enthousiaste newbie in het dorpje Marchampt kreeg: P’ tit Grobis. In de streek rond Marchampt liggen trouwens de steilste hellingen van de hele Beaujolais.
De instapcuvee was een zuiver wijn, licht en relatief eenvoudig. Het verschil met de volgende twee was echter behoorlijk groot. 

Zowel de Regnié Haute Ronze, gemaakt van een perceel met veel klei net naast Morgon, als de Villages Les vignes de Jeannot (60 jaar oude stokken) konden me enorm bekoren. Op een gegeven moment vond ik zelfs gelijkenissen met de Pialade van Reynaud, iets wat Nicolas, die wist waarover ik het had, eigenlijk wel kon beamen. Jammer genoeg waren zijn topcuvees, de Morgon en Le Rocher uitverkocht.

Toen ik mijn doosjes besteld had en ik wou betalen (moest cash uiteraard, verkopen is niet direct Nicolas zijn prioriteit) had hij niet direct 4 euro om terug te geven. Hij was al op weg naar zijn leefruimte toen ik riep dat het echt niet nodig was, zijn wijnen zijn goed genoeg om er wat meer voor te betalen.
Glimlachend kwam hij op zijn stappen terug. “Ah, mais alors je vais vous offrir une bouteille. 

Ik heb m beloofd dat ik het flesje “Je t ai dans la Peau”, gemaakt ter ere van zijn dochtertjes, op zijn en hun gezondheid zou opdrinken.

Capréoles

Een hernieuwd bezoekje aan Domaine Capreoles kon ik uiteraard niet laten liggen. Cedric Lecareux kwam net terug van de dokter, had last van een ontsteking ergens aan de hiel, vervelend want hij speelt basketbal in clubverband. De bijzonder aimabele vigneron liet het niet aan zijn hart komen en trakteerde me op een degustatie van zijn verschillende cuvees en wat technische uitleg over de maceration carbonique, al uitgebreid besproken op het forum. Over zijn wijnen kan ik kort zijn, ze combineren nog steeds evenwicht met materie en elegantie. De 2018 s die ik mocht proeven waren van een zeer hoog niveau. Zo ook de instapcuvee, L Amourgandise, die nu is uitgebracht onder de nieuwe aop benaming Beaujolais Lantigniés.
Cedric is aan het overstappen naar de biodynamie, op de foto zie je hem in zijn “dynamisateur” loeren. Geen idee of het de wijnen nóg beter zal maken, maar Cédric wil geen enkele kans laten liggen om het allerbeste uit zijn terroir te halen.

Rock n roll High School

Ik hou van punk en rock n roll.
Maar als punkers wijn maken ben ik toch wat achterdochtig. 
Punkmuziek staat niet bekend om zijn mooie melodielijnen en zijn harmonisch karakter.
En dit is nu net wat ik zou kunnen zeggen over de wijnen van Guillaume Joncy van Domaine Joncy. Hij ontving me met de sigaret in de hand, en dit was niet de enige gelijkenis met Frederik Segonneau van Domain de l R (Chinon). Feit is wel: de punker van Chinon maakt veel betere wijnen.

Van het 7- tal wijnen die Guillaume me liet proeven waren er twee die geoxideerd waren en 1 die volgens mij last had van “volatile”. De andere paar wijnen werden veel te warm geschonken (zeker aan 20 graden) en smaakten me dus ook niet al te best. 
Guillaume is zoekende, constant aan het experimenteren, plant stokken Gewurtztraminer, syrah en pinot noir aan, maakt heel wat cremant (en andere schuimwijnen) en zelfs gewoon puur druivensap. 
Naast 1 flesje Cote de Brouilly kocht ik dan maar een 6 tal flesjes chardonnay en gamay. Niet gefermenteerd wel te verstaan.. 😉

Ondanks mijn povere aankopen kreeg ik de net ontkurkte “La Trad Nature 100% raisin” mee “pour ce soir a la gite, pas attendre a demain parce que ca ne supporte pas l oxygene.”
Het onrijpe karakter van de wijn deed hem echter al de avond zelf in de gootsteen belanden…
Het wijnpunkertje zou wellicht baat hebben bij een inschrijving in de Rock Rock Rock Rock Rock ‘n Roll Wineschool…

Beau Jo en Beaujolais- Domaine Chamonard

Jean Claude Chanudet. Le Chat. De bezieler van Domaine Chamonard en Chateau de Cambon. Dat laatste wijngoed heeft hij ooit opgestart met wijlen Marcel Lapierre. Een prominent lid van de bende zonder zwavel.
Gelukkig is de 68 jarige Le Chat geen fanatieke oogklepvigneron. Al bij ons eerste bezoek in 2014 was duidelijk dat Chanudet eerder een m’ enfoutist is die zijn eigen ding doet om het beste uit zijn geliefde wijnstokken te halen.
Volgens mij slaagt hij daar glansrijk in.

Rond 10.30 uur werd ik op de binnenplaats van het gezellige huis vriendelijk ontvangen door Geneviève, die me onmiddellijk naar de proefkelder leidde. Even later werden we vergezeld door “Le druïde de Morgon” en we waren vertrokken voor een masterclass van meer dan vier uur waarbij gegeten en gedronken werd in combinatie met voorstellen ter verbetering van wijnbouw en wereld.

Ook hier vroeg ik nog eens met nadruk om me goed uit te leggen hoe de vinificatie verloopt om eindelijk en voor goed perfect te begrijpen wat het verschil is tussen een maceration carbonique, een semi-carbonique en een traditionele fermentatie.
“Ah, les vignerons eux même ne le savent pas.”

Gelukkig was dit slechts een boutade, want vandaag, na goed luisteren naar zowel een traditonele als een “natuurlijke” wijnbouwer lijkt het me vooral duidelijk dat…dit verschil (tussen MV en semi MC) eigenijk niet echt bestaat.
Het is gewoon altijd een combinatie. Na de MC (enzymatische gisting binnen de niet gekneusde druiven) volgt er steeds een gewone alcoholische fermentatie. Of, zoals Chanudet me meegaf, het gebeurt gewoon tegelijkertijd.
Als de volledige trossen in de cuve gaan zal er onderaan een maceration carbonique plaats vinden, terwijl eventueel na enige tijd bovenaan een gewone gisting opstart.
Het weinige sap dat vrijkomt gaat Chanudet regelmatig overhevelen. Elke dag een decuvage dus. Remontage (het over de chapeau gieten van het sap onderaan de cuve) doet hij nooit.

Na enkele dagen (3 of 5 of…) hevelt hij een laatste keer het sap over en worden de druiven en pulp geperst.
Vervolgens worden “le jus” en “la presse” geassembleerd en gaat deze mengeling verder fermenteren in cuves van 3 a 4000 liter.
De gisting gaat verder tot er ongeveer 10 gram suiker overblijft (goed voor 0,6 a 0,7 graden alcohol) en dan gaat de wijn in barriques, waarin langzaam de laatste suikers kunnen worden omgezet.

Een jaar later, vóor het bottelen, worden de wijnen uit de barriques verzameld in een cuve van 7000 liter, om flessenvariatie te voorkomen.
Het bottelen is het enige moment waarbij er sulfiet wordt toegevoegd aan de wijn. Twee gram. “Les anti souffres” zijn even fanatiek als “lez chemistes” aldus Jean Claude.

Chanudet lijkt een eenzaat die vastgeroest zit in zijn geboortestreek, maar vergis je niet, hij is veel mobieler en commerciëler dan je zou denken, bezoekt wijnbeurzen in Japan en Amerika, hij exporteert 70% van zijn wijnen naar Amerika, China, Japan, Brazilie, en kan ook meespreken over allerlei zaken die niks met wijn te maken hebben.
“J ai fait plein de trucs dans ma vie.”

En wat kreeg ik te drinken tijdens de exposée?
Zowat alles is uitverkocht maar ik kreeg een 2017 Le Lys in het glas die onmiddellijk charmeerde. “Putain, c est bon” ontglipte het de wijnbouwer na zijn eerste slok.
De neus deed eerst nogal biodynamisch aan, maar de wijn toonde onmiddellijk een zuiver mondgevoel en mooie lengte en fraicheur.
Ik kreeg de rest van de fles mee en dronk die ondertussen leeg. Dit is wat ik schreef:
“De neus is nu heel fijn, minder dat fruitige maar nu mineraal, grafiet, cacao en wat roosjes. In de mond lichtvoetig en evenwichtig. Nu al mooi maar binnen 5 jaar wordt dit top.”
Dag 2 was dit iets tussen een Bourgogne en een Reynaud…

Even later ging “la Barbe de Beaujolais” wat rommelen in zijn flessen en zette er een andere wijn naast. Zeer fijn, Bourgondisch (il pinote..). Het was een 1997. Zomaar eventjes een vergelijking van dezelfde wijn met 20 jaar meer op de teller, je zou voor minder deze getalenteerde teddybeer willen knuffelen. Ik heb het toch maar zo gelaten.

De dochter van Jean Claude en Genevieve heeft onlangs een perceel in Fleurie gekocht van haar ouders om zelf haar wijn te maken. Ze is veearts (veterinaire) en noemt haar wijn “Le droit de Veto”, leuke vondst. Of haar vader de wijn zelf even leuk vindt valt te betwijfelen. “Elle est jeune, tout doit aller vite hein…”
De wijn was inderdaad in niks te vergelijken met de wijnen van Chanudet zelf. Meer houtinvloeden, geconcentreerder, wat merkbare tannines…helemaal geen slechte wijn maar de dierenarts heeft nog wat werk voor de boeg.

Ondertussen was er al heel wat tijd verstreken en kwam een Italiaanse delegatie aan uit Aosta, die perfect Frans sprak. Het was de prof (met entourage) van een stagair die in september bij Le Chat aan de slag wou gaan. Een welkome gast, want plukkers vinden is bijna onbegonnen werk tegenwoordig. Ik mocht dus alles dus nog eens herproeven in Italiaans gezelschap en toen Chanudet plots brood en vlees op tafel zette (On va mangé quelque chose) maakte ik aanstalten om te vertrekken.
“Tu reste ici, t est célibataire!”
Weigeren was geen optie maar dat vond ik helemaal niet erg…

Nog enkele uitspraken van Le Chat:

Je m’ en fou des rendements financiers. Ou tu veux faire des frics, ou tu t occupe de vos vignes“Alles moet snel gaan tegenwoordig. Vandaag plant men nieuwe stokken die maximum 50 jaar moeten meegaan. Bij mijn vader was dat 100 “et moi j en profite.”“Un perfectionist ne va pas faire le meilleur vin. La perfection n existe pas dans le vin. Comme dans la vie d ailleurs.”“L ennemie de vigneron est l’ habitude.“Dans le Jura Philippe Bornard fait du bon. Et Overnoy bien sur.”

Tot mijn grote verrassing kondigde Genevieve aan dat ze in het najaar op een wijnbeurs staan nabij Lille. Wie de man graag eens wil ontmoeten, grijp je kans. Toen ik zei dat zeker aan te kondigen op het forum voegde Jean Claude er snel aan toe dat wie graag een flesje 1997 zou willen kopen (20 euro) even moet mailen of bellen.
De druïde is minder naïef dan je zou denken. Gelukkig, of hij zou wellicht een plaatselijk wijnwonder zijn gebleven.

Beau Jo en Beaujolais (3)-Domaine du Thulon

Domaine du Thulon is gelegen in Lantignié, bezit wijngaarden in Chiroubles, Morgon en Renie, maar maakt vooral enkele toch wel speciale wijnen in de aop Beaujolais Villages.
Vandaag doet zoon Laurent alles op het veld en de vinificatie, zijn zus staat in voor het administratieve en commerciele werk. Ik kreeg zowat alle cuvees te proeven en mocht twee uur later nog eens mee “dans les caves pour essayer les 2017 et 2018 en cuve”…

Bij aanvang van het bijna 3 uur durende bezoek (wat is het zalig om 1 domein per dag te doen en daardoor alle tijd te hebben) was het de bijzonder lieve mama die me ontving. Ze was bezig met Italianen die enkel wat Engels praatten en dus kon de toevallig aanwezige Vlaming weer eens gebruik maken van zijn talent voor talen (sic) om tolk te spelen. 

Meer en meer worden hier stokken gamay gerooid om chardonnay aan te planten. 
Ik kreeg er een in het glas en vond die meer dan verdienstelijk, doch iets in mij weerhoudt er me van om hiervan te genieten in de Beaujolais. Maar mijn theorie klopt niet (of mss net wel) want de viognier die me werd ingeschonken vond ik schitterend, behoorlijk typisch maar frisser dan vele wijnen van net voorbij Lyon. De wijn wordt uitgebracht onder dezelfde aop dan de landwijnen in de Noordelijke Rhone.

Na een frisse doch vederlichte rosé nam oenoloog Laurent over voor een serietje rode wijnen. De Beaujolais Villages was goed gemaakt met fruit en kruidige toetsen en een streepje vegetaliteit. Vervolgens een heel mooi rijpe Chroubles, die als eerste het karakter toonde dat ook alle volgende wijnen vertoonden: zeer fluwelig in de mond, rijp maar verfrissend, mooi evenwicht. Zelfde voor de Morgon en de Regnie VV waarvan ik later een 2015 in het glas kreeg me minder beviel wegens het wat gestoofde, gecomporeerde karakter, iets wat Laurent zelf beaamde.

De paradepaardjes van het domein zijn echter niét de Cru s maar de Village wijnen.
Eerst mocht ik genieten van een enorm lekkere “Cerise sur le Gateau”, Dit is hun enige cuvee die gemaakt is volgens de maceration carbonique, maar eigenlijk is het semi-carbonique (alle kwaliteitswijnen worden op die manier ofwel volledig klassiek gemaakt).

De stokken zijn 50 jaar oud, in gobelet gesnoeid met een zeer hoge plantdichtheid van 9000 stokken/ha.
De trossen worden manueel geplukt en gaan zonder te ontstelen in de cuve waar de maceration carbonique kan starten. Om deze enzymatische omzetting in de druif zelf te laten gebeuren mag men dus niet ontstelen maar vooral niet kneuzen. Er is dus amper sap, enkel de druiventrossen in de cuve. Sommige wijnbouwers gaan elke dag het weinige sap dat toch vrijkomt oversteken. 
Na enkele dagen heeft de maceration carbonique door een enzymatische omzetting binnen in de druif een paar graden alcohol geleverd.

Vervolgens gaat men persen en mengen met het al vrijgekomen (en eventueel overgestoken) sap. 
Na een débourbage (een natuurlijke filtering waarbij de vaste deeltjes neerslaan- dit bij kouder temperatuur om de start van de alcoholische gisting te vermijden) gaat men bij Thulon het vrijgekomen sap soutireren (oversteken dus) in nieuwe barriques, waarin zowel de alcoholische als de malolactische gisting zullen plaats vinden.
Nadien worden de verschillende barriques nog eens geassembleerd en in april worden de wijnen gebotteld.

Dit is een wijn waar je niet genoeg van krijgt door zijn ongelooflijke toegankelijkheid, zonder evenwel simpel te zijn. Beetje Bart Peeters. Heerlijk.

Volgende wijn is de 1947, stokken geplant in 45 maar voor het eerst geoogst in 47.
Hier eigenlijk de antipode van de vorige, men gaat volledig ontstelen en een lange alcoholische gisting laten plaats vinden in betonnen cuves, met pigeage. 
De wijn wordt vervolgens overgestoken in barriques, de helft van 1 jaar oud, de andere 2 of 3 jaar. De malolactische gisting vindt erin plaats, men bottelt de wijn 12 maanden later.

Een totaal andere wijn uiteraard, waarvan ik later in de gite direct wou herproeven. Hm, beviel me nog beter dan op het domein eigenlijk. Frambozentaart in de oven, ook kersen en bramen, lichte cedertoets, kruidig (peper en muskaatnoot), mineraliteit. Heerlijk zacht en in balans, en ondanks zijn sappige fraicheur smelt hij weg in de mond. Een mooie zachte afdronk met wat toast. 
Typisch? Neen. Doet me denken aan de beter Noordelijke Rhone eigenlijk. Niet supergoedkoop voor de streek (15 euro) maar de wijn is dit zeker waard.

Hét prijsbeest is echter de Opale, en dit mag je letterlijk nemen want de 2015 van deze wijn werd in 2018 uitgeroepen tot “beste gamay ter wereld”. Voor wat het waard is uiteraard.
De wijn is afkomstig van nog oudere stokken (70 jaar, rendement van 25hl/ha, plantdichtheid van 10000/ha) en lagert nog een jaar langer. Laurent zei me dat hij de wijn in barriques overhevelt en er vervolgens 2 jaar niet meer aankomt.
Ik proefde de 2016 uit fles, heel mooi, de 2017 van deze wijn zat nog steeds op vat en toonde zich bijzonder lang en complex. Ik proefde ook de 2018 s van Opale en 1947, allebei nogal moeilijk in de neus maar ook hier was het mondgevoel prachtig.

Na een kleine drie uur bij de familie Jambon (gelukkig niks te maken met onze Vlaamsgezinde Hesp) nam ik afscheid en begaf me terug richting Marchampt om er na te genieten van de de passie van Laurent en de wijnen van Domaine du Thulon.